Meditatie maart 2019

 

De pijn die wij Jezus aandoen

 

 

Zelfs mijn vriend, op wie ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft zijn hiel tegen mij opgeheven (Psalm 41:10)

 

 

 

Misschien heb je dat wel eens meegemaakt. Dat iemand met wie je goede vrienden was, iemand met wie je close was, iemand waar je alles mee kon delen, iemand waar je op vertrouwde, dat die persoon nu tegen je is. Vroeger kwam hij/zij bij je op de koffie, at met je, ging met je op stap, je zat bij elkaar op de verjaardagen… en nu probeert diezelfde persoon je misschien wel op een heel nare manier het leven zuur te maken. Diezelfde vriend zit je nu op alle manieren dwars. Wat doet dat pijn. Dan zul je je best wel eens afvragen: hoe heeft het zo ver kunnen komen? Wat is er gebeurd waardoor zijn of haar houding zo veranderd is. Ligt dat aan mij? Heb ik iets misdaan?

 

 

 

David heeft dat in zijn leven ook vaker meegemaakt. In deze psalm beschrijft hij die ervaring. Het is al erg dat er om hem heen mensen zijn die hem haten. Maar dan komt het… dat wat het meest pijn doet is toch wel dat ‘zelfs mijn vriend, op wie ik vertrouwde, die mijn brood at, zijn hiel tegen mij heeft opgeheven’.

 

Die ervaring van David zou geweest kunnen zijn in de tijd dat zoon Absalom hem naar het leven staat en de macht wil grijpen. Daar is o.a. een wijze adviseur bij, Achitofel, die vroeger aan David’s tafel zat en met wie David vertrouwelijk was.

 

 

 

Op een bijzondere manier komen deze woorden van David terug in het leven van Jezus. Onder Jezus’ vrienden, met wie Hij dag in dag uit optrekt, is er ook één die verandert in een vijand. Judas… eerder vertrouwt met Jezus. Nu wordt hij degene die Jezus verraadt. In dat kader haalt Jezus de woorden van David aan. Die woorden gaan in vervulling, krijgen een diepere betekenis (Joh. 13:18).

 

 

Dat Jezus vijanden had is wel duidelijk en ze deden Hem veel pijn. Maar dat er uit de kring van zijn leerlingen één is, die verandert in een vijand, dat doet Hem nog veel meer pijn. Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Heeft Jezus iets misdaan? Heeft Jezus het er zelf naar gemaakt?

 

 

 

Laten we die vragen eens dichterbij ons leven brengen. Ik denk dan met name aan jullie die vroeger nog bij de kerk betrokken waren en op een bepaald moment zijn afgehaakt. Je hebt over Hem gezongen, je hebt Zijn Naam beleden in het openbaar… en nu? Je bent tegenstander geworden. Misschien geen openlijke vijand van Jezus, maar je zult het ook niet opnemen voor Hem in deze wereld. Eerder at je zelfs zijn brood (aan het Avondmaal) en nu?

 

 

 

Ligt dat aan Jezus? Volgens Judas wel. Jezus voldeed niet langer aan zijn verwachtingen. En toch? Deed Jezus hem tekort? Was er iets in Jezus dat het rechtvaardigt om Zijn zaak in  de steek te laten? Die vraag moeten wij ook maar stellen in onze situatie. Ligt het aan Jezus? Of aan ons?

 

 

Het lijden van Jezus… het kruis, de geselingen… dat vinden we allemaal vreselijk. Wat een pijn hebben ze Jezus aangedaan. Maar… de grootste pijn die we Hem kunnen aandoen is toch juist dit! Dat we Hem, die we eerder wilden volgen, bij wie we eerder wilden zijn, in Zijn dienst, in de kerk en daarbuiten… dat we Hem hebben laten vallen. Daarmee doen we Jezus meer pijn dan ooit de nagels van het kruis of de slagen op Zijn rug Hem pijn deden.

 

 

Met Judas is het niet goed gekomen. Het liep tragisch af omdat hij niet terugkeerde naar Jezus.

 

 

En met ons? Blijven we Hem pijn doen? Dan zal de grootste pijn uiteindelijk voor onszelf zijn.

 

 

Of gaan we Hem vreugde bezorgen? Dat kan ook. Door terug te keren tot Hem. Door Hem te vragen om vergeving. Te zeggen: Heere Jezus, wat ben ik dwaas en stom geweest om U de rug toe te keren. Mag ik nog bij U terugkomen?

 

 

Wie Hem zoekt, mag er van verzekerd zijn: Jezus laat geen biddend mens aan z’n lot over. ‘Zeker mag je terugkomen’, zal Hij zeggen… ‘Daarvoor wilde Ik toch dat kruis dragen en die slagen verduren… om jou terug te winnen. Dat had Ik er graag voor over.’ Kom naar Mij toe en wordt behouden.

 

D. Vos