Meditatie december 2019 / januari 2020

 

Serie ‘de open poort’ (4) – De hemelpoort

 

Gen. 28:17 Daarom was hij bevreesd en zei hij: Hoe ontzagwekkend is deze plaats! Dit is niet anders dan het huis van God en de poort van de hemel.

 

 

 

Jakob. Hij is onderweg naar zijn familie in Haran.

 

Op de vlucht omdat Ezau hem wil doden. Maar ook met de bedoeling daar een vrouw te zoeken. Dus Jakob heeft een moeilijke weg achter zich waarin het nodige is fout gegaan. Jakob heeft ook een weg voor zich, die vol onzekerheden is.

 

We zien hem gaan. Eenzaam. De zegen van thuis kreeg hij mee, maar is dat ook van God?

 

 

 

Mogelijk zien we in Jakob’s weg iets van onszelf. Wat ligt er niet achter ons? Dit is al weer het laatste kerkblad van het jaar 2019. Wat is er allemaal gebeurd in ons leven? Hoeveel is er bij ons misgelopen? Mogelijk was het voor ons ook een moeilijk jaar, vol zorgen, problemen.

Straks, na de Kerstdagen, proberen we weer vooruit te kijken, maar één ding is zeker: de weg is voor ons ook vol onzekerheid. We kunnen niet in de toekomst kijken.

En hoe zit het met Gods zegen in ons leven? Vaak mee gekregen toch? Vanuit de kerk bijvoorbeeld. Maar hebben we daarin ook God Zelf mee? Of hebben we reden om die zegen in twijfel te trekken?

 

Als Jakob ’s nachts onder de open lucht slaapt, droomt hij. In die droom een beeld: een ladder tussen de aarde en de hemel. En dan spreekt God woorden van belofte en verbindt zo de zegen die eerder aan opa Abraham en vader Izak zijn gegeven ook aan Jakob. Onder andere ‘Ik ben met u, Ik zal u beschermen overal waar u heen zult gaan, en Ik zal u terugbrengen in dit land…’ Dus God gaat door. Ondanks alles wat bij Jakob mis is gegaan, verbindt God Zich aan zijn levensweg.

 

Als Jakob wakker wordt uit die droom zegt hij iets opmerkelijks. Het is niet zomaar een droombeeld, nee, de HEERE is op die plaats. Vol vrees roept hij dan uit: dit is het huis van God en de poort van de hemel.

 

Hoezo de hemelpoort? Eerder in deze serie bleek dat de poort in de oude steden de toegang gaf of verhinderde. De poort van de hemel… het is voor Jakob een toegang. Maar het opmerkelijke… die hemelpoort is niet boven aan de ladder…, maar die hemelpoort is beneden, midden op die onzekere weg van Jakob. Zo dichtbij is de hemel blijkbaar. Omdat de hemel de aarde raakt, in de beloften die God geeft.

 

De nacht in Bethel heeft wel raakvlakken met de nacht in Bethlehem eeuwen later. Ook daar gaat ’s nachts de poort van de hemel open. De hemel komt dichtbij, als Gods heerlijkheid de herders omgeeft.

 

Die herders reageren net als Jakob. Ze werden zeer bevreesd.

 

Ook dan klinkt Gods stem. Via de engel verneemt men hoe dichtbij de hemel is gekomen: heden is voor u de Zaligmaker geboren!

 

Jakob zag de beloften van God al als hemelpoort, want voor hem ging de hemel daarin open.

 

Maar Kerst reikt veel verder. Nu roept God Zijn beloften niet bovenaan een ladder, nee nu vervult God Zijn beloften door Zelf neer te dalen én door Zelf de ladder te zijn (zie Joh. 1:52).

 

Als Jakob die beloften al als hemelpoort ziet, wat mag Kerst voor ons dan wel zijn? Als God door Zijn belofte ‘Ik ben met je’ al dichtbij Jakob komt, hoe dichtbij ons komt dan God, als dit goddelijk Kind geboren wordt met de naam Immanuël (‘God met ons’)?

 

Jakob vreesde. De herders ook. En wij? Als God zo dichtbij ons komt? Ziende op je eigen zondige leven heb je inderdaad alle reden te vrezen voor die God. Of maken we ons daar nooit druk om? Zonde, alles wat God niet wil, roept Zijn toorn op. Dat besefte Jakob, dat beseften die herders.

 

Maar het wonder is: de hemel gaat niet op slot voor Jakob en voor de herders. Nee, uit alles blijkt: dit is de poort van de hemel. De toegang dus.

 

Dat Kind! Want voor dat Kind en door dat Kind zal de hemel toegankelijk zijn voor de grootste van de zondaars. Als dat Kind later groot is zegt Hij het ook – nee, niet letterlijk: Ik ben de poort, maar wel dingen die daar op lijken: Ik ben de weg, en: Ik ben de deur… Niemand komt tot de Vader dan door Mij.

 

De betekenis van Kerst: de poort van de hemel is op aarde. In het licht van Kerst kunnen we dan – net als Jakob – de onzekere weg naar de toekomst ingaan. Niet achterom blijven kijken, want dat geeft verdriet om wat geweest is, niet om je heen blijven kijken, want dat maakt bezorgd om alles wat we toch niet zelf aankunnen, maar omhoog kijken en zo vooruit, omdat geloof ziet op Hem, die de hemel voor ons op aarde bracht in Zijn Zoon Jezus Christus, opdat Hij ook voor mij de poort is naar het eeuwige leven.

 

Komt dan haastig toegelopen

Hier wordt heel

’t heil uw deel,

Zie, de poort staat open!

Hij is liefde, Hij is leven;

Niet meer ver

Straalt de ster,

Die u licht zal geven. (Gezang 144:4 Liedboek)

 

D. Vos