Meditatie juli / augustus 2018

 

De lamp en de ‘Grote Stroomstoring’

 

En wij hebben het profetische woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart.

 

(2 Petrus 1:19)

 

 

 

Onlangs werd ik ’s morgens om 4 uur wakker en constateerde dat de wekker het niet meer deed. Stroom uitgevallen!

 

Het eerste wat je dan doet is je zaklamp uit je nachtkastje pakken. Die lamp gebruik ik zelden. Ik weet dat hij er ligt, maar ik grijp er niet naar. Waarom zou ik? Maar deze keer was ik er maar wat blij mee.

 

Op zo’n moment ga ik niet denken – die zaklamp daar mankeert wel wat aan. Hij is te klein of te fel. Ik had liever er één die wat makkelijker in de hand lag. Ik stel dan niet de vraag of het merk mij wel aanstaat. Of de kleur. Nee. Ik pak hem en gebruik hem waar hij voor bedoeld is: om te schijnen en zo in het donker mijn weg naar de meterkast te vinden.

 

 

 

Daar zat achteraf gezien wel een les in. Hoe gaan wij eigenlijk om met de Bijbel? Ooit zag ik beelden van één of andere stam die voor ’t eerst een Bijbel in de eigen taal ontving. Dat was één groot feest. Blije gezichten toen ze een Bijbel in handen kregen. Gezang, dans, diepe vreugde.

 

 

Moet je vandaag in onze cultuur eens om komen. Als je op straat gratis Bijbels uitdeelt kun je al bedreigd worden, zoals ik van een bevriende evangelist vernam die dat meemaakte in Den Haag.

 

En hoe is het bij ons? Wij hebben de Bijbel in allerlei soorten en maten. Wordt nog altijd goed verkocht, met dank aan al die nieuw vertalingen en uitvoeringen die iedere keer verschijnen. We hebben Bijbels, maar heeft de Bijbel ook ons? Misschien liggen onze fraai uitgevoerde Bijbels wel stof te happen op een plank. Ik heb niet de indruk dat mijn lezerspubliek met veel vreugde en intensief dagelijks de Bijbel opent, of heb ik het mis?

 

 

 

“Ja maar… het is zo’n moeilijk boek. En het kost zo’n inspanning. En nu u het er toch over hebt, er staat nogal veel in waar ik moeite mee heb. Daar hebben we vandaag toch wel andere gedachten over. En trouwens, zou het allemaal wel echt waar zijn...?”

 

Hoe komt het toch dat de één met blijdschap een Bijbel ontvangt en stukleest, terwijl de ander er vooral kritiek op loslaat of hem ongelezen laat?

 

In de woorden van Petrus klinkt een aansporing. Je doet er goed aan om acht te slaan op die Bijbel (die hier het profetische woord wordt genoemd). Maar waarom zou ik dat doen? Omdat het woord is als een lamp die schijnt in een duistere plaats.

 

 

 

Ik denk weer aan die zaklamp. We hebben d’r meerdere in huis. Maar je gebruikt ze niet totdat je in het donker geen stroom hebt. Dus in het donker, als er een stroomstoring is, dan grijp je naar die lamp.

 

 

 

Waarom hebben wij een Bijbel nodig? Dagelijks? Vanwege de ‘Grote Stroomstoring.’ Er is een storing ontstaan tussen hemel en aarde, tussen God en mens. Daarom bevindt ons leven zich in het donker.

 

Waarom hebben mensen dat niet door? Wel, ik denk weer terug aan mijn situatie. Als ik niet wakker was geworden, had ik niks gemerkt van die stroomstoring. Als God ons niet wakker roept, hebben we niet door dat er die storing is en dus zullen we ook niet de behoefte hebben om naar Zijn lamp, het Woord, te grijpen.

 

 

 

Ander voorbeeld. Als onze kinderen aan de maaltijd zitten en ze hebben net gesnoept, grote kans dat ze niet zoveel opscheppen en vooral op- en aanmerkingen hebben over het eten. Maar krijg je hongerige kinderen aan tafel, dan zijn rauwe bonen nog zoet.

 

 

 

Wij mensen hebben geen behoefte aan de Bijbel en aan de prediking als lamp voor ons leven, zolang we menen dat er geen storing is. Is dat niet het grote probleem van onze Westerse wereld? We hebben het te goed. We hebben God niet zo nodig. We kunnen ons best redden. Maar als God je wakker roept (en dat doet Hij, misschien wel mede door dit stukje) dan ontdek je dat we leven in de duisternis. Vanwege de Grote Stroomstoring. Dan heb je die lamp van God maar al te nodig om je weg te vinden in het donker.

 

 

 

Dat is de bedoeling van de Bijbel. Schijnen in ons hart, in ons leven, zolang de Grote Storing nog niet geheel verholpen is. Dus tot die laatste dag van de voleinding wandelen we bij het licht van het Woord. Zodat we niet verdwalen, maar door dat Woord Hem gaan zien, de Morgenster. Opdat Hij in ons hart gaat wonen. Dan gaat het Licht aan. Jezus Christus, die kwam om de storing te verhelpen. Komt Hij in ons hart, dan is dat het einde van de storing. Dan is er weer ‘stroom’. Stroom? Stromen zelfs. Er komen stromen van zegen.

 

 

 

D. Vos